Geen versiering maar afstand
De passe-partout heeft twee taken en maar één daarvan is esthetisch. De praktische taak is het werk van het glas af houden, zodat condens niet in het papier trekt en een glanzende afdruk niet vastkleeft.
Daarnaast geeft hij het beeld lucht. Een foto die tot aan de lijst doorloopt, voelt opgesloten; met een witte rand eromheen krijgt het oog een aanloop en oogt het beeld groter dan het is.
Hoe breed
De gangbare verhouding is een rand van ongeveer een vijfde tot een kwart van de korte zijde van het beeld. Bij een foto van twintig bij dertig komt u dan op vier tot vijf centimeter.
Bij kleine beelden mag de rand naar verhouding breder: een foto van tien bij vijftien in een lijst van dertig bij veertig, met dus tienen centimeter karton eromheen, oogt als een museumstuk. Bij grote formaten juist smaller, anders wordt de lijst onhandelbaar groot.
De onderrand hoort breder
Dit is de regel die het meest verschil maakt en die het minst bekend is: maak de onderrand iets breder dan de bovenrand, ongeveer tien tot twintig procent.
Het oog schat het midden van een vlak namelijk te hoog in. Bij een gelijke rand rondom lijkt het beeld naar beneden gezakt; met een bredere onderrand hangt het optisch precies goed. Klassieke inlijsters doen dit al eeuwen en het valt alleen op als het níét gebeurt.
De schuine snede
Een goede passe-partout heeft een snede van vijfenveertig graden, waardoor u de dikte van het karton als een lichte schuine rand ziet. Dat geeft diepte en laat zien dat het karton door en door dezelfde kleur heeft.
Bij goedkoop karton is de kern grijs of geel en steekt die als een streep af tegen de witte buitenkant — en na een paar jaar verkleurt die kern bovendien bruin. Museumkarton is in de massa gekleurd en zuurvrij; dat is precies waar u het prijsverschil voor betaalt.
Kleur van het karton
Wit is de veilige keuze, maar er zijn drie soorten wit: helderwit, gebroken wit en crème. Helderwit werkt bij moderne kleurenfoto's; bij oude foto's met een warme toon of bij prenten op geel geworden papier is crème rustiger.
Gekleurd karton dat een tint uit de foto oppakt, kan mooi zijn maar veroudert slecht: de mode verandert en het karton verkleurt. Zwart karton doet het bij donkere zwart-witfotografie uitstekend, mits het echt door en door zwart is.
Dubbel, en wanneer dat helpt
Bij een dubbele passe-partout ligt er een tweede karton onder het eerste, dat een paar millimeter verder naar binnen steekt. Dat geeft een dun lijntje rond het beeld, vaak in een kleur uit de foto.
Het werkt als een accent en het voegt tegelijk afstand toe, wat bij dikkere werken handig is. Reken wel op meer sponningdiepte — zie vlak, hol of baklijst voor hoe u dat narekent.
Veelgestelde vragen
- Hoe breed moet een passe-partout zijn?
- Ongeveer een vijfde tot een kwart van de korte zijde van het beeld. Bij een foto van twintig bij dertig is dat vier tot vijf centimeter.
- Waarom is de onderrand breder?
- Omdat het oog het midden van een vlak te hoog inschat. Een onderrand die tien tot twintig procent breder is, laat het beeld optisch in het midden hangen.
- Wat is museumkarton?
- Zuurvrij karton dat in de massa gekleurd is, meestal van katoenvezel. De snijkant blijft wit en er ontstaat geen bruine rand op het werk.